5 dingen die alleen burn-outies begrijpen

“Als ik de hele dag in bed zou blijven liggen, zou ik me ook naar gaan voelen.”

Gaan je haren ook overeind staan van dit soort opmerkingen? Die van mij wel. Hoewel het nog nooit persoonlijk tegen me gezegd is, zie en voel ik het onbegrip overal om me heen.

Dit jaar heb ik besloten een e-book te schrijven over burn-out en de invloed daarvan op de relatie met jezef. Nu vraag ik degene die zich aanmelden voor de wachtlijst, wat ze het meest frustreert. Dit dus, onbegrip.

Het doet pijn

Ondoordachte woorden of stekende opmerkingen waaruit blijkt dat iemand totaal geen idee heeft van wat jij doormaakt. Vaak goedbedoeld, toch voel je je daarna meer dan ooit alleen.

Als je een burn-out hebt of als je overspannen bent, heb je vaak zowel fysieke als mentale klachten. Dat zorg voor extra verwarring. Dat psychische aandoeningen steeds meer aandacht krijgen helpt ook niet persé.

“Ben je nou echt moe, of denk je dat alleen?”

Hier zijn 5 misverstanden waarvan ik persoonlijk vind dat die nodig uit de weg moeten worden geruimd.

1. Wij hebben geen schop onder de kont nodig

We zijn juist burn-out omdat we te vaak onszelf die schop hebben gegeven. Juist toen we nog ‘gewoon’ moe waren.

Een burn-out is geen smoes. Nu zijn we écht op. Zowel lichamelijk als mentaal. Er is geen druppeltje meer uit te persen.

Dat maakt het meteen lastig. Dingen die normaal een beetje helpen bij mentale klachten zoals sporten, er op uit gaan of sociale activiteiten zijn geen optie. Je lichaam is gewoon te moe. Maar ook rustig op de bank zitten en een boek lezen gaat niet, want dat is mentaal weer erg vermoeiend.

Dus eigenlijk kunnen we helemaal niets. Zelfs niet slapen, want ook daar zijn we te moe voor. Als je een burn-outer wil helpen, kun je dus beter niet zeggen: “Kom op! We gaan dit of dat doen”. Niet alleen frustrerend voor jezelf, maar ook voor de burn-outer, want deze moet steeds weer uitleggen waarom elke voorstel die je maakt niet gaan werken.

Ik vind het heel herkenbaar wat Sharon verteld op haar blog:

Lang heb ik me dan ook verscholen achter het feit “dat ik niet wist wat ik had”. Dikke onzin Sharon, natuurlijk weet je wel wat je hebt. Maar ik was bang voor onbegrip. Mensen dachten vast dat ik me aanstelde.

Geef ons dus alsjeblieft geen schop onder de kont!

2. Na een half jaar niets doen kunt je toch wel weer aan het werk?

Nope. Het idee bestaat dat als je een tijdje rustig aan hebt gedaan, dat je daarna geen zin meer hebt om iets te ondernemen, omdat je een makkelijk leventje bent gewend.

Ik weet niet of dat waar is, maar mensen die met een burn-out een half jaar thuis hebben gezeten, hebben in elk geval niet ‘rustig aan gedaan’. Voor ons is niets doen juist heel zwaar. Wij zijn namelijk juist die mensen die bang zijn om lui gevonden te worden. We gaan kapot aan schuldgevoel en saboteren ons herstel door toch weer te veel te gaan doen.

Ook het van vroeg tot laat bezig zijn met je klachten is hard werken. Er zijn maar weinig momenten waarop je helemaal kunt ontspannen en mee gaan met de flow.

3. Maar als je dat kunt, dan kun je dat andere toch ook!

Hoewel ik een half jaar na mijn instorting nog steeds zo’n 11 uur per dag sliep, ging mijn lichaam erg vooruit. Ik kon zelfs mee op wintersport vakantie. Mijn lichaam vond het een feestje om op deze manier lekker actief te zijn. De stilte in de bergen was ook mooi meegenomen. Dit was voor mij een van de eerste keren sinds jaren dat ik me kon ‘ontspannen’ en helemaal op te gaan in een activiteit.

Het enige wat ik heel moeilijk vond, was dat ik mezelf wijsmaakte dat anderen me zouden oordelen op mijn schijnbare lichamelijke energie en voor me zouden beslissen dat ik dan ook wel andere dingen zou kunnen.

Waarom soms het ene wel lukt en het andere niet

Dat is voor burn-outers is ook heel moeilijk te begrijpen. We snappen de signalen van ons lichaam ook niet altijd. De ene keer gaat het goed en stoppen we op tijd, maar de andere keer schieten we voorbij aan onze grenzen. Maar we worden er steeds beter in. Vertrouw erop dat we proberen op een zo goed mogelijke manier om te gaan met onze energie, terwijl we ook nuttige dingen proberen te doen voor de samenleving.

Soms beslissen we ook om iets niet te doen, terwijl we het wel zouden ‘kunnen’. Want als we onze energie blijven opmaken tot de laatste druppel, kunnen we onze energieschuld niet aflossen. Anders worden we nooit beter.

Maar vertrouwen werkt alleen van twee kanten. Daarom is dit ook een goeie tip voor jezelf als je burn-out bent, om te proberen te vertrouwen dat anderen je niet beoordelen op wat je wel of niet doet.

Vooroordeel burn out

4. We zijn niet depressief, niet echt

Op de een of andere reden denken sommige dat ik depressief ben. Toch is er een groot verschil tussen depressiviteit en een burn-out. Ik kan het weten want ik heb beide ervaren. In de aanloop tot mijn burn-out heb ik depressieve periodes gehad. Dat is niet gek want depressiviteit kan een symptoom zijn van overspanning.

Na mijn lichamelijke ‘instorting’, toen ik eindelijk erkende dat ik ziek was en mezelf de ruimte gaf om te herstellen, verdwenen mijn depressieve gedachten als sneeuw voor de zon. Hoewel ze wel wel af en toe terugkwamen als ik mezelf begon te pushen om sneller beter te worden. Dus de behandeling voor negatieve gedachten bij een burn-out is heel anders dan bij echte depressiviteit, waarbij het de ziekte zelf is en niet een symptoom.

Heel verwarrend

Ik begrijp wel dat het verwarrend is voor anderen, maar dan denk ik: vraag me dan hoe het precies zit. Maar ga niet voor me invullen dat ik misschien trauma’s heb opgelopen of misbruikt ben geweest. Nergens voor nodig.

Dit geld niet alleen voor kennissen maar ook voor mensen waarvan je dacht dat ze ervoor gestudeerd hebben. Niemand heeft volledig verstand van alle ziektes, en burn-out wordt nog steeds vaak niet herkent. Mijn huisarts dacht dat ik een spastische darm had in combinatie met een persoonlijkheidsstoornis..

Laat je dus niets aanpraten en vertrouw niet blindelings op deskundigen. Ga er wel heen natuurlijk, maar blijf altijd daarnaast je eigen onderzoek doen.

5. Onze vriendschap is nog steeds belangrijk

Een van de dingen die je verliest als je ziek bent, zijn vriendschappen. Niet omdat jij het niet meer wil, maar omdat het gewoon te moeilijk is om bevriend te blijven met een burn-outer. Voor mijn burn-out had ik al niet zo heel veel vrienden, maar nu zijn de mensen die écht om me geven, op 1 hand te tellen.

Het lijkt wel een test. Het is natuurlijk niet leuk voor je vrienden als het altijd van één kant moet komen. Misschien denken ze dat we geen energie in de relatie stoppen, omdat we niet meer willen. Maar eigenlijk is het zo dat de energie die we hebben, niet eens genoeg is om aan basisbehoeften te voldoen, zoals eten. Vriendschappen komen toch echt iets lager op het prioriteiten lijstje, hoe belangrijk ze ook zijn.

Een les die je leert als je ziek bent

Iedereen heeft zijn eigen uitdagingen. Het is niet gek dat mensen je al snel vergeten. Ze kunnen het gewoon niet opbrengen om er ook nog voor jou te zijn, jaar na jaar. Als je het dus meemaakt dat mensen niet meegaan in de dingen die je verteld, bedenk dan dat mensen zich vaak afsluiten, omdat ze de pijn niet willen voelen. Het is te erg. Ze hebben al genoeg aan hun hoofd.

En ze zijn met zichzelf bezig, net als jij.

Ik sloot me zelfs af, voor de spierziekte die mijn zusje heeft. Het kon gewoon niet zó erg zijn. Totdat ik een jaar later mijn moeder huilend opbelde om te vragen of me zusje dood ging.

Als ik het zelf doe, dan is het meer dan logisch dat anderen het ook doen. Dus kan ik ze het niet kwalijk nemen.

Onbegrip bij burn-out is niet makkelijk

En frustrerend. Dat je werkgevers of instanties steeds weer moet overtuigen hoe zwaar het is om een burn-out te hebben. Dat kan je extra uitputten, want je bent afhankelijk van anderen.

Of als je opmerkingen krijgt zoals: ‘Jij kunt lekker de hele dag thuis blijven.’ of ‘Je ziet er helemaal niet ziek uit’ en ‘Gewoon positief blijven, dan komt alles goed!’.

Soms denk je dat het eindelijk doordringt, totdat je een paar weken later jezelf weer hetzelfde verhaal hoort vertellen.

Het is niet makkelijk, maar je kunt er wel iets aan doen. In deze blogpost deel ik een gedachte met je die je helpt onbegrip vanuit je omgeving te overleven.