Waar komen al die zandhoopjes vandaan? – De Vliegendoder

Nee het is niet de schuld van de mieren.. Het zijn graafwespen! Van alle graafwespen is de ‘vliegendoder’ zelfs in Oktober nog te bewonderen. Deze onschuldige wespen graven holletjes tussen de tegels of in de borders. Op ongeveer 30 cm diepte leggen ze een voedselvoorraad aan voor hun nageslacht.

 

GraafwespenSollitaire wespen

Ze leven niet in groepen zoals we dat gewend zijn van de limonade wespen. Elk vrouwtjes-graafwesp graaft haar eigen hol, met meerdere kamers, die ze 1 voor 1 vult met vliegen. Als een kamer vol is legt ze er ook een eitje in en begint aan de volgende kamer. Hoewel ze ieder een eigen holletje maken, zie je vaak dat er meerdere graafwespen bij elkaar in de buurt nestelen. In onze tuin tel ik er ondertussen wel een stuk of 50!

Het is erg interessant om dit tafereel van dichtbij te bekijken. 🙂 Als het zonnig is zie je ze af en aan vliegen met een gevangen prooi. In dit geval zijn het dus vliegen. Deze verlammen ze met hun angel, en houden hem daarna met hun pootjes tegen hun lichaam aangedrukt tijdens het vliegen. Eenmaal bij het holletje laten ze los, pakken de vlieg met hun kaken vast en slepen deze achterstevoren het holletje in.

Vliegendoder graafwesp

Toen ik dit allemaal zag gebeuren vroeg ik me af, hoe kan zo’n wesp nu eigenlijk onthouden welk van al deze holletjes van haar is? Na wat nazoekwerk kwam ik dit boek tegen: ‘In ’t vrije veld‘ geschreven door Niko Tinbergen, in 1978. Een etholoog, die toen hij net afgestudeerd was in 1929 een andere graafwesp, namelijk de ‘bijenwolf’ tegenkwam, en deze als het onderwerp besloot te maken voor zijn promotie-onderzoek. In het boek legt hij heel duidelijk uit hoe hij met een paar simpele experimenten erachter kwam dat de wespen hun gezichtsvermogen gebruiken om hun holletje terug te vinden. Als ze het holletje verlaten maken ze eerst een paar oriëntatie rondjes, onthouden daarbij wat voor voorwerpen er in de buurt bij hun nest liggen, en vliegen daarna weg.

Maar toch denk ik dat ze hun holletje niet alleen qua uiterlijk onthouden. Dat komt omdat ik een keer tijdens het bekijken van deze bijzondere beestjes het volgende zag gebeuren:

Een ingestort holletje..

Een ingestort holletje.. De opening was niet meer zichtbaar, en ik vroeg me af, wat gebeurt er straks als de wesp terug komt? Ik hoefde niet lang te wachten want een paar minuten later kwam mevrouw, met een lekkere dikke vlieg, aanvliegen. Maar.. waar is de ingang? Verbaasd streek ze neer naast haar zandhoopje. Nog steeds met haar prooi onder zich hupte ze van de ene naar de andere kant. Dit ging een tijdje door..  ik vond het zo zielig en wilde helpen. Maar nu leek ze opeens geïntereseerd in een andere holletje die een paar centimenter van die van haar af lag. Ze liet de vlieg los en pakte deze zoals altijd met haar kaken vast en sleepte hem weer achterstevoren de opening in. Nee stop, ze twijfelt.. Er klopt iets niet. Ze duwt de vlieg er weer uit. Loopt er weer een paar keer omheen en probeert opnieuw. Maar telkens als ze halverwege is, is er iets wat haar weerhoud. Terug naar haar eigen zandhoopje. Na ongeveer een 10 min. heen en weer gevlogen, gehupt, en gesleept te hebben vloog ze weer weg. Toen ik op een later tijdstip weer kwam kijken, zag ik dat het holletje weer een opening had! Ze heeft hem dus toch gevonden, eindelijk!

Graafwesp vliegendoder mannetje
De mannetjes zijn kleiner en graven geen holletje

Al met al slimme en nuttige beestjes! Dus mocht je ze ooit tegenkomen in je eigen tuin of in de natuur neem dan even de tijd om ze te observeren. Ze zijn heel vredelievend en zullen je nooit steken. Als je heel stil blijft, komt er misschien zelfs een graafwespje op je zitten en heb je een kans om hem van heel dichtbij te bekijken.

Kenmerken graafwespen ‘gewone vliegendoder’ –  Mellinus arvensis, familie: Crabronidae

  • Tussen de 7mm en 13mm.
  • Slanker dan gewone wespen.
  • Voelsprieten zijn zwart, maar hebben bij de kop een geel streepje.
  • De kop is vanboven zwart en heeft 3 zwartje bultjes erop.
  • Op het gezicht zit een gele streep in een U-vorm.
  • Op het lijfje net achter de kop een gele streep en daarna tussen de vleugels ook nog een klein geel streepje.
  • De pootjes zijn geel met aan het begin een zwarte vlek.
  • Het eerste segment van het achterlijfje is erg slank, en de 1 na laatste gele streep is onderbroken of ontbreekt helemaal.
  • Ze vangen vooral vliegen.